Mag ik mijn plaats innemen
Mag ik alsjeblieft mijn plaats innemen?
Kinderen hebben behoefte aan veiligheid. Zij willen weten waar zij aan toe zijn en wat zij kunnen verwachten. Bovenal willen zij gezien, herkend en erkend worden in wie zij zijn, ongeacht nationaliteit, cultuur, religie,sociale achtergrond, intelligentie, vaardigheid. Een groot "HALLO" naar wie zij in wezen zijn, WERELDkinderen van deze tijd, maakt levensgroot verschil in hoe zij zich gedragen.
Vanaf juli 2009 ben ik als adjunct-directeur en teamleider onderbouw, vanaf januari 2010 teamleider bovenbouw, werkzaam op een school voor voortgezet middelbaar beroepsonderwijs in Den Haag waar kinderen vanuit diverse culturen en nationaliteiten na de basisschool hun plaats proberen te vinden en in te nemen.
Een voorbeeld:
Herhaaldelijk wordt een meisje door de docent buiten de groep geplaatst: soms moet zij helemaal achter in de klas zitten, soms buiten het klaslokaal. Zij heeft zichtbaar en hoorbaar moeite met de maatregel en uit haar verontwaardiging op niet mis te verstane wijze. Op een dag staat zij weer buiten. Ik vraag haar wat er is gebeurd. Een woede maakt zich van haar meester, ze struikelt over haar woorden die zij er zonder censuur uitgooit. De juf deugt in ieder geval van geen kanten.
Dan komt de juf naar buiten en maant haar tot kalmte. Ik sta naast het meisje, leg mijn hand op haar rug om haar te ruggensteunen en geef haar in stilte een groot "HALLO". Ik denk: dit is geen moeilijk meisje, dit is een meisje dat het moeilijk heeft en haar plaats niet vindt. De juf legt uit waarmee het meisje moeite en wat zij nog te leren heeft, ik steun haar op afstand. Er rollen dikke tranen over haar wangen. Ze kalmeert en gaat met mij mee naar mijn kamer om even op adem te komen.
Kinderen zoeken ruimte
Kinderen zoeken ruimte om te kunnen zijn en hun plaats in te nemen. Zij komen de school binnen met een ‘rugzak' vol ervaringen in en buiten het gezin en de familie, gevoelsmatige of onbewuste banden met het land van herkomst , overtuigingen over het leven en de maatschappij.
Deze ‘rugzak' (niet te verwarren met een rugzak aan ondersteuning) bepaalt voor een belangrijk deel welke plaats zij innemen en hoe zij deze innemen.
Bert Hellinger, bekend systeemtherapeut, heeft ontdekt dat wanneer iemand in de familie wordt buitengesloten of vergeten, iemand anders in de familie voor deze persoon erkenning ‘vraagt' door gedrag te vertonen waartoe hij/zij zich ‘gedreven voelt'. Andere systeemtherapeuten hebben in navolging van Hellinger ervaren dat wanneer in een organisatie elementen van deze organisatie (waaronder ook mensen) niet worden erkend en worden buitengesloten, de organisatie problemen krijgt. Een bedrijf krijgt minder klanten, in een vereniging heerst voortdurend ruzie, een school krijgt ondanks goede voorbereidingen hevig verzet tegen een nieuwe werkwijze in de klas.
Wereldkinderen
Ik vraag me regelmatig af hoe wij kinderen met hun ‘rugzak' en al ruimte kunnen geven om te zijn zodat zij hun plaats kunnen innemen. Het zijn tenslotte WERELDkinderen van deze tijd! Ik ben mij al te zeer bewust van de reikwijdte van dit ogenschijnlijk simpele zinnetje. De overtuiging een kind van de WERELD te zijn, impliceert dat wij weten dat wij allemaal voortkomen uit Het Ene, Goddelijke, en dat wij allen één zijn. Dat ieder kind uniek is en geboren is om zijn eigen unieke bijdrage te leveren aan het leven. In het onderwijs benoemen we dit als talentontwikkeling: ieder kind heeft zijn eigen talent. Het dient ont-dekt en ont-wikkeld te worden. Het is er in aanleg altijd geweest.
Dit simpele zinnetje impliceert dat ieder gelijke waarde heeft, niet dezelfde, wel gelijke waarde, ongeacht ras, religie, cultuur, land van herkomst, sociale achtergrond, intelligentie, vaardigheden.
Wat nu als de maatschappij (inclusief de politiek, economie , het onderwijs) de overtuiging heeft dat er geen WERELDkinderen (waaronder Nederlandse kinderen) bestaan, maar dat er - als voorbeeld - een scheiding is tussen Christendom en Islam, tussen kinderen uit Nederland en Marokko, tussen IQ (intelligentie quotiënt) en SQ (spiritueel quotiënt), dat leef- en denkwijzen onverenigbaar zijn, dat integratie betekent dat kinderen hun identiteit opgeven en hun plaats niet kunnen innemen?
Een leerling (jongen) van Marokkaanse afkomst staat in het leerlingvolgsysteem te boek als zachtmoedige, vriendelijke jongen die ook wel eens uit zijn slof kan schieten. Hij wordt door een docent (vrouw) genegeerd in de klas omdat hij in haar beleving om negatieve aandacht vraagt. De jongen roept bij herhaling een scheldwoord in de taal van de docent (zij is Surinaams). Totdat zij hoort wat hij zegt. Dan is de maat vol en zet zij hem buiten de groep. Zij voelt zich ernstig gekwetst en wil de leerling in de komende twee weken niet meer zien. De jongen verzet zich heftig hiertegen en voelt zich onheus behandeld.
Zie je wel wie ik ben?
In mijn school worden veel boosheid en verontwaardiging geuit. Onmacht en frustratie liggen hieraan ten grondslag. De kinderen lijken te zeggen: wij horen erbij, wij zijn van de WERELD, wij hebben onze rijke inbreng, geef ons de ruimte om onze plaats te vinden in een land dat zo ambivalent en vaak afwijzend tegenover ‘vreemdelingen' staat, laat ons onze plaats innemen!
Deze kinderen hebben het thuis ook niet gemakkelijk. Hun ouders spreken gebrekkig of geen Nederlands, hebben vaak een rijke schare aan kinderen aan wie zij niet altijd alle aandacht kunnen geven, hebben banden met het land van herkomst, moeten naar Nederlandse maatstaven integreren. De kinderen hebben hun eigen bagage, nemen mogelijk (onbewust) een plaats in van een persoon die buitengesloten wordt omdat hij de familie of het land van herkomst tot schande is geweest en worden op hun beurt weer buitengesloten door de Nederlandse maatschappij die hen geen plaats gunt.
Geen wonder dat ik zoveel angst, boosheid, onmacht, agressie, verdriet, maar gelukkig ook enorme levenslust, dynamiek, affectie, solidariteit ontmoet op deze school. De kinderen lijken voortdurend te vragen: Zie je wel wie ik ben? Dit geldt soms evenzeer voor de volwassenen die voor de klas staan of ondersteunende werkzaamheden verrichten.
Ruimte nemen en geven
In de maanden waarin ik op deze WERELDschool werk, ervaar ik niet alleen het belang van pedagogisch en didactisch vakmanschap. Het is minstens even belangrijk om kennis te hebben van jezelf, weet te hebben van wie je zelf bent , jezelf te zien. Dan zal je je de uitlatingen van de kinderen niet meer zo snel persoonlijk aantrekken en kun je zien dat ze ook niet persoonlijk bedoeld zijn. Dan kun je rustig blijven en blijven luisteren naar wat nu werkelijk, tussen de regels door, gezegd wordt en wat er is.
De kinderen vragen van de volwassenen hun plaats in te nemen en duidelijk te zijn. Duidelijk over de ruimte voor de docenten en voor de leerlingen. Zij doen in school voortdurend een appèl hierop. Eén en ander gaat niet zonder slag of stoot.
Wat mij helpt is rustig blijven, niet persoonlijk ‘involved' te raken, maar vanuit neutraliteit te luisteren. Daarbij stel ik vragen over wat er concreet is gebeurd, hoe leerlingen zich daarbij voelen en wat zij verlangen. Vaak help ik om dat concreet te maken. Belemmerende overtuigingen kun je rationeel benaderen, gevoelens en emoties kun je laten zijn en eventueel ook benoemen om te bevestigen dat je ze ziet. Dat brengt de kinderen vaak tot rust en heeft een helende werking.
Wat helpt
Wat helpt is om de leerlingen niet te beschouwen als moeilijke leerlingen, maar als leerlingen die het moeilijk hebben.
Als je de school als een systeem ziet waar alles en iedereen met elkaar verbonden is en op elkaar reageert, helpt het om de volgende wetmatigheden in acht te nemen:
1. Iedereen heeft recht op een plaats
2. Er is sprake van een ordening waarbij degene die de grootste verantwoordelijkheid heeft op de eerste plaats komt
3. Er moet een balans zijn tussen geven en nemen
Het is belangrijk voor een docent om te weten wie hij is, welke plaats hij inneemt en welke verantwoordelijkheid daarbij hoort. Een groot HALLO naar alles wat is en naar de leerlingen in wie ze in wezen zijn, kun je pas geven als je dat ook aan jezelf kunt geven.
Leerlingen en docenten spiegelen elkaar voortdurend: de Marokkaanse jongen die genegeerd wordt en zich gekwetst voelt, kwetst vervolgens zijn docent die zich niet gezien en erkend voelt en de jongen niet meer in haar gezichtsveld wenst. Beiden geven elkaar geen erkenning en kunnen hun plaats niet werkelijk innemen. Eigenlijk ‘zetten zij elkaar weg'.
Als ik mijzelf geïrriteerd of boos voel worden, vraag ik mij af waarom dat gebeurt. Ik stel de leerling daarvoor niet verantwoordelijk.
Bovenal ben ik me bewust van de positie van de leerlingen en van de vaak niet rooskleurige thuissituatie waarin ouders het eveneens niet gemakkelijk hebben. Kinderen kunnen hun plaats innemen als deze hen gegund is en als zij de innerlijke kracht hebben om hun plaats in te nemen.
Kinderen en hun ouders bekrachtigen betekent dat je je als docent niet opstelt als ‘betere ouder' van het kind, maar de ouders eveneens een groot HALLO geeft. Dat je de ouders betrekt bij de school en het wel en wee van het kind op school en ze ook een taak geeft in de begeleiding van hun kind rondom schoolzaken. Ouders een plaats geven, bij voorbeeld door hen te visualiseren achter het kind , is van vitaal belang als je kinderen de ruimte wilt geven om hun plaats in te nemen.
Daarnaast helpt het ons allen enorm als we gaan begrijpen dat ieder in zijn uniciteit een verrijking i.p.v. een bedreiging kan zijn en dat het zien en benoemen van ieders kracht ruimte geeft aan ieder om zijn plaats in te nemen.
Karin van der Lee
Elohim Centre
Het Elohim centre heb ik enkele jaren geleden ‘ontdekt' . Ik werd aangetrokken door de schoonheid van kristallen die er in rijke mate te koop zijn en dacht op doorreis naar Duitsland er ‘even' langs te gaan. Ik bleef er langer dan een week en vond er een energie waardoor ik mijn arme overbelaste hoofd kon ‘loslaten' en kon ‘rusten in zijn'. Ik ontmoette Joke en voelde me uitgenodigd mij verder spiritueel te ontwikkelen. Ik heb diverse workshops bij haar gevolgd en heb er heel veel aan in mijn werk. Ik wil het licht en de liefde die in mij zijn gegroeid en tot wasdom kunnen komen, gebruiken in mijn werk met leerlingen die het moeilijk hebben en ook met leerkrachten/docenten die het moeilijk hebben. Deze tijd waarin kinderen met een hoog bewustzijn opgroeien en de nieuwe,duurzame maatschappij gaan vormgeven, vraagt leerkrachten, docenten en schoolleiders die vanuit een geopend hart zichzelf verstaan en ook hun leerlingen en zich hierdoor laten leiden.
Karin van der Lee